NedStat

Met het oog op buitenlanders in Nederland

Volgende artikelVorige artikelInhoudsopgave

door Jaap van Wingerde

De volgende publikatie is op deze tekst gebaseerd:

Ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid (1990 of 1991): Met het oog op buitenlanders in Nederland [losbladige]. Informatie Sociale Zekerheid. 's-Gravenhage: Ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid.

Inhoudsopgave

  1. Inleiding voor de hulpverlener
  2. Voor wie is de algemene bijstandswet?
  3. Vakantie of familiebezoek
  4. Bijzondere bijstand
  5. Schulden
  6. Spaargeld & eigen huis
  7. Aftrek van inkomsten
  8. Inwonende kinderen
  9. Schoolverlaters
  10. De juiste opleiding
  11. Even bijpraten: heroriënteringsgesprekken
  12. Uw verblijfs- of vestigingsvergunning
  13. Gezinshereniging
  14. In militaire dienst
  15. Belasting betalen
  16. De Tolkentelefoon
  17. Terug naar uw vaderland
  18. Normbedragen Algemene Bijstandswet
  19. Adressen

1. Inleiding voor de hulpverlener

Met het oog op buitenlanders in Nederland is zowel bedoeld voor buitenlandse cliënten van de sociale diensten, als voor bijstandsambtenaren, sociaal raadslieden, maatschappelijk werkers en anderen die met buitenlanders te maken hebben. Over een groot aantal onderwerpen zijn voorlichtingsteksten geschreven. Deze teksten zijn vertaald in het Engels, Marokkaans Arabisch en Turks. Ze zijn bedoeld als ondersteuning van de mondelinge voorlichting. De cliënt kan een fotokopie van de toepasselijke tekst(en) mee krijgen om een en ander thuis nog eens door te lezen. Dit neemt echter niet weg dat u eerst mondelinge voorlichting zult moeten geven. De ervaring leert immers dat schriftelijke voorlichting meestal alleen werkt als aanvulling op meer persoonlijke vormen van voorlichting.

Velen hebben de neiging tegen niet Nederlands sprekenden onnodig hard of in een kindertaaltje te gaan praten. Dat is eenvoudig af te leren. Verder is het goed te realiseren dat Nederlanders vaak erg informeel met elkaar omgaan. Dit zal door sommige buitenlanders als onhoffelijk ervaren worden. Ook hierbij is het met enige moeite mogelijk een juiste omgangsvorm te vinden. De gedetailleerde Nederlandse regelgeving is vaak moeilijk te begrijpen. Argumenten als "hier in Nederland is dat nu eenmaal zo", dragen weinig bij aan begrip.

Het is verder goed u te realiseren dat voor veel buitenlandse cliënten de familie een veel belangrijker plaats in het leven inneemt dan voor veel Nederlanders. Dit kan betekenen dat men wat betreft de familie niet het achterste van de tong laat zien of dat openlijk geuite kritiek op familieleden, hoe terecht ook, een krachtige verdediging uitlokt.

Verder moet u beseffen dat veel buitenlandse cliënten het gevoel hebben in een vijandige omgeving te verkeren. Hechte banden met familie zijn immers vaak grotendeels verbroken, naar hun arbeid is hier weinig vraag meer, inspanningen worden weinig gewaardeerd en terugkeer is om materiële redenen vaak ondoenlijk. Om een doeltreffende hulpverlening mogelijk te maken dient u daarom een ontspannen en hoffelijke sfeer te bevorderen.

Verder heeft iedereen, u wellicht ook, de neiging om groepen over een kam te gaan scheren. Zo bent U, na uw zoveelste kansloos werkloze buitenlandse cliënt, misschien geneigd niet langer door te vragen naar mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Dit wordt nog versterkt door problemen met taal en dergelijke. Toch kan het best zijn dat een door u bij voorbaat kansloos geachte cliënt, na efficiënt doorvragen, wel mogelijkheden blijkt te hebben een baan te krijgen of een levensvatbare zaak te beginnen.

Vaak zal de buitenlandse cliënt het Nederlands onvoldoende beheersen om uw uitleg te kunnen begrijpen. Soms wordt dan door familieleden (soms zelfs kinderen) getolkt. Dat is over het algemeen ongewenst. Het is immers niet goed kinderen onnodig met de problemen van de ouders te confronteren. De cliënt zal vrijer zijn om te spreken als er geen familieleden bij zijn. De kwaliteit van het tolken door familie of vrienden is vaak niet vergelijkbaar met dat van een professionele tolk. Er moeten immers allerlei moeilijke begrippen vertaald worden.

Het is ook niet gewenst een uit het buitenland afkomstige collega te laten tolken. Deze komt dan in een rolconflict: zijn eigenlijke werk doen of uitsluitend tolken. De cliënt zal het eerste van hem verlangen.

Het is daarom gewenst dat bij taalproblemen zoveel mogelijk een professionele tolk ingeschakeld wordt. Dat kunt u doen door een tolkencentrum te bellen. De tolkencentra beschikken over ruim vijfhonderd ervaren tolken in meer dan tachtig talen. Meestal gaat het tolken telefonisch. De centra stellen een zogenaamd luidsprekend telefoontoestel op prijs. Soms zal er bij bijvoorbeeld een spreekuur een tolk aanwezig kunnen zijn.

De tolk van het tolkencentrum zal zich strikt neutraal opstellen. Hij of zij heeft slechts tot taak te zorgen dat mensen die elkaars taal niet verstaan, elkaar toch begrijpen. De tolk zal daarom geen waardeoordeel uitspreken over wat hij vertaalt. Verder heeft de tolk een plicht tot geheimhouding.

Het kan gebeuren dat de tolk van het tolkencentrum uw cliënt toch niet goed kan verstaan. Uw cliënt is bijvoorbeeld een uit Turkije afkomstige Koerd en de tolk blijkt alleen Turks te spreken of hij is een uit Marokko afkomstige Berber en de tolk spreekt alleen Marokkaans Arabisch. Het is daarom van belang voordat u een tolk bestelt goed uit te zoeken in welke taal getolkt moet worden.

[....]

Een goede tolk controleert voortdurend of de betrokkene wel begrepen heeft wat hem verteld is. Als u niet van een tolk gebruik maakt, of van een niet professionele, moet u dat regelmatig zelf doen. Sommige mensen vinden het immers onbeleefd om te vertellen dat iets niet begrepen is. Dit kan onplezierige misverstanden en onnodig spreekuurbezoek opleveren. Verder kunt u, door goed te informeren of u wel begrepen bent, op het spoor komen van onvolkomenheden in de door u gegeven voorlichting.

2. Voor wie is de algemene bijstandswet?

De Algemene Bijstandswet zorgt er voor dat iedereen die legaal in Nederland verblijft voldoende geld heeft om van te leven. U bent natuurlijk in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor uw inkomen, maar als u niet in staat bent zelf voldoende te verwerven, kan de bijstand bijspringen.

Een bijstandsuitkering is aanvullend op andere inkomsten en aangepast aan degene die hem krijgt. Zo heeft een gezin natuurlijk meer nodig dan een werkloze jongere, iemand met een kleine werkloosheidsuitkering minder dan iemand zonder inkomsten, een werkloze met een duur eigen huis meer dan een bewoner van een goedkope huurwoning.

Werk zoeken

Als u tot werken in staat bent, kunt u in beginsel alleen bijstand krijgen als u werk zoekt en als werkzoekende ingeschreven staat bij het arbeidsbureau. U krijgt dan een bijstandsuitkering krachtens de Rijksgroepsregeling Werkloze W erknemers. Voor u is dan misschien de informatie over
scholing, schoolverlaters en heroriënteringsgesprekken van belang. Als u 57½ (RWW) of 57 (IOAW) jaar of ouder bent, bent u niet meer verplicht u bij het arbeidsbureau in te schrijven. Het mag uiteraard wel.

Normen

Om te kunnen bepalen of iemand voldoende geld heeft om van te leven, zijn er voor verschillende groepen mensen normbedragen vastgesteld. Als uw inkomen lager is dan het voor u geldende normbedrag, kunt u recht hebben op een bijstandsuitkering. Er zijn normbedragen voor gezinnen met een of twee ouders, voor alleenstaanden en voor thuis- of uitwonende kinderen.

Normbedragen

Op blad 18 staat een overzicht van de verschillende normbedragen. In bijzondere gevallen wordt het normbedrag nog verhoogd met een woonkostentoeslag en een toeslag voor een ziektekostenverzekering.

Van het normbedrag plus eventuele toeslagen worden de meeste van uw inkomsten geheel of gedeeltelijk afgetrokken. Zie hiervoor blad 12.

Voorbeeld

U en uw vrouw hebben geen inkomen en weinig spaargeld. U kunt geen werk vinden. U woont in een gewoon huis en ontvangt huursubsidie. U zou dan de volgende bijstandsuitkering kunnen ontvangen.

normbedrag voor een gezinƒ 1588,57per maand
vakantiegeldƒ 91,04(wordt gereserveerd)

Het vakantiegeld wordt voor u gereserveerd en elk jaar in juni, of als de bijstand eindigt, uitbetaald.

Familie in het buitenland

De bijstand geldt voor buitenlanders alleen als ze legaal in Nederland verblijven. Daarom wordt een man wiens gezin in het buitenland woont voor de bijstand als alleenstaande gezien. Voor zijn in het buitenland wonende gezin wordt dus geen bijstand gegeven.

Woningdeler

Verder maakt het nog uit of u woningdeler bent. Een woningdeler is iemand die samen met een of meer anderen een woning bewoont. De kosten van huur, gas & licht en andere woonkosten worden dan met die ander(en) gedeeld, zodat ze per persoon lager zijn. Een woningdeler krijgt daarom een lagere bijstandsuitkering dan iemand die alle woonkosten zelf betaalt.

Inwonende kinderen

Als u inwonende kinderen met een eigen inkomen hebt, krijgt u meestal minder bijstand. Deze kinderen zullen immers ook aan de kosten van het huishouden bijdragen. Op blad 14 vindt u meer informatie over deze aftrek en over de uitzonderingen.

Spaargeld

Ook als u wat spaargeld hebt, kunt u bijstand krijgen. Pas als u meer hebt dan het voor u geldende vrijgelaten bedrag, zult u voordat u bijstand kunt krijgen eerst uw spaargeld moeten aanspreken (zie blad 6).

Bril

Als u een normaal minimum inkomen hebt, bent u in staat al uw normale kosten te betalen. U kunt er dus uw eten en kleren van kopen, het gas & licht, de huur, meubels enzovoort. Het kan echter zijn dat u een dure bril nodig hebt of hoge reiskosten maakt om een ziek familielid te bezoeken. Voor dit soort niet-normale kosten is het soms mogelijk bijzondere bijstand te krijgen. U moet deze kosten dan niet door een andere instantie vergoed kunnen krijgen. Hierover kunt u meer lezen op blad 4.

Dure dingen

Af en toe zult u dure dingen moeten kopen, zoals een wasmachine of een koelkast. Hiervoor kunt u geen extra bijstand krijgen. U moet van uw normale inkomen sparen om deze uitgaven te kunnen doen. Alleen in heel bijzondere gevallen is toch extra bijstand voor dit soort uitgaven mogelijk. Deze extra bijstand wordt meestal als leenbijstand verstrekt.

Hoe kunt u bijstand aanvragen?

De bijstandswet wordt door de gemeenten uitgevoerd. U moet een uitkering aanvragen bij de gemeentelijke sociale dienst of afdeling sociale zaken van de gemeente waar u woont. U kunt tijdens het spreekuur langs gaan of opbellen om een afspraak te maken. De ambtenaar zet dan uw aanvraag op papier. Meestal zal u een afschrift van deze aanvraag meekrijgen. U kunt er natuurlijk ook om vragen. Men zal u uitnodigen voor een gesprek met een ambtenaar van de sociale dienst. U moet dan allerlei belangrijke papieren meenemen. Denk in ieder geval aan uw ziekenfondskaart, mededelingen over huurverhoging en huursubsidie, stukken eigen woning, fiscaal nummer, loonstroken, paspoort, verblijfsvergunning, inschrijvingsbewijs arbeidsbureau, brieven van andere uitkeringsinstanties en dergelijke. U loopt dan minder kans dat er een nieuwe afspraak gemaakt moet worden omdat u onvoldoende gegevens bij u hebt.

U hoeft niet bang te zijn dat men u allerlei onnodige vragen zal stellen. De ambtenaar mag namelijk alleen die vragen stellen die voor het verlenen van de bijstand van belang zijn. U kunt tijdens het gesprek natuurlijk ook vragen stellen. Als u ze van te voren even opschrijft, loopt u minder risico dat u ze vergeet. Vraag in ieder geval naar de manier waarop uw aanvraag verder afgehandeld gaat worden en wanneer de bijstand voor het eerst wordt uitbetaald.

Verkeerde adres

Het kan zijn dat de ambtenaar vindt dat u aan het verkeerde adres bent. Hij zal u dan naar een andere instantie verwijzen, zoals een bedrijfsvereniging of de sociale verzekeringsbank. Vraag in zo'n geval of de ambtenaar even op papier wil zetten waarom hij vindt dat uw aanvraag niet in behandeling genomen behoeft te worden. Als zijn advies of verwijzing verkeerd is, kunt u dan altijd aantonen dat u bijstand aangevraagd hebt. Als u eventueel toch recht hebt op bijstand, kan dat van invloed zijn op de ingangsdatum van uw uitkering.

Uiteindelijk bent u degene die beslist of u een aanvraag indient, dus als u er op staat moet de ambtenaar uw aanvraag voor u op papier zetten.

Beslissing

U krijgt een brief waarin staat of u de gevraagde uitkering krijgt. Zo'n brief heet een beschikking, dat is een ander woord voor beslissing. Als u de gevraagde bijstand niet of niet helemaal krijgt, kunt u tegen deze beschikking bezwaar maken. U kunt ook bezwaar maken als u de beslissing niet binnen een maand na aanvraag krijgt. Als u bezwaar wilt maken, kunt u voor advies en hulp het beste contact opnemen met de Sociaal Raadslieden, het Bureau voor Rechtshulp, een advocaat of een andere hulpverlener.

IOAW

Als u vijftig jaar of ouder bent, of als u recht hebt op een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, kunt u misschien in aanmerking komen voor een uitkering ingevolge de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werknemers (IOAW). Deze uitkering wordt op een andere wijze berekend dan een bijstandsuitkering. Het grootste verschil is dat vermogen niet meegeteld wordt. U hoeft dus niet uw spaargeld gedeeltelijk aan te spreken voordat U deze uitkering kunt krijgen. Als u meer over de IOAW wilt weten, kunt u bij de sociale dienst informatie inwinnen en een folder krijgen.

3. Vakantie of familiebezoek

Als u een bijstandsuitkering hebt, kunt u vier weken per jaar met behoud van uitkering op vakantie. De meeste gemeenten hebben hiervoor eigen regels opgesteld. Deze kunt u bij de gemeentelijke sociale dienst of afdeling sociale zaken opvragen. Als u langer dan vier weken naar het buitenland gaat, stopt uw uitkering. Het doet er niet toe of u wegens vakantie, familiebezoek of om andere redenen op reis gaat. De bijstandswet geldt voor buitenlanders namelijk alleen als ze in Nederland verblijven. Dus ook als u wegens ziekte langer dan vier weken in het buitenland blijft, krijgt u geen bijstandsuitkering meer. Na terugkomst kunt u dan weer bijstand aanvragen.

Als u niet van te voren met de gemeente overlegt hebt over uw langer dan vier weken wegblijven, kan de gemeente u voor straf tijdelijk een lagere bijstandsuitkering toekennen. De gemeente zal dat natuurlijk niet doen als u kunt aantonen dat u door overmacht (zoals ziekte of overlijden van een familielid) langer weg moest blijven.

Op blad 14 kunt u lezen over bijstand en militaire dienstplicht.

Verzekeringen

Als u in het buitenland bent, kunt u voor allerlei onverwachte kosten komen te staan. U kunt medicijnen nodig hebben, naar de dokter moeten, in het ziekenhuis terecht komen of zelfs per vliegtuig ziek naar Nederland terug gebracht moeten worden. De Nederlandse ziekenfondsverzekering geldt niet in het buitenland. Er is echter met veel landen een regeling getroffen waardoor ziekenfondsverzekerden ook in die landen recht op medische verzorging hebben. U moet dan echter wel voordat u vertrekt bij het ziekenfonds de nodige papieren in orde laten maken. Deze verzekering van ziektekosten is echter niet zo goed als de Nederlandse ziekenfondsverzekering. Verder kan het zijn dat tijdens uw vakantie uw bijstandsuitkering en dus uw ziektekostenverzekering ophoudt. Dit kan zelfs gebeuren als u in het ziekenhuis ligt, waardoor u de kosten plotseling zelf moet gaan betalen. Daardoor kunt u toch nog voor hoge kosten komen te staan. Het is daarom raadzaam voordat u vertrekt ook een goede reisverzekering af te sluiten. uw bagage is dan meestal ook verzekerd.

Voordat u op reis gaat

Om te voorkomen dat na terugkomst allerlei dingen misgegaan blijken te zijn, moet u vooraf een en ander regelen. U kunt hierbij denken aan de betaling van de huur of hypotheek, het geld van de thuisblijvers, eventuele aanvragen om huursubsidie en studiefinanciering, uw post en meldingen van uw afwezigheid aan instanties als de Gemeentelijke Sociale Dienst, het Arbeidsbureau en, als u als daar als woningzoekende ingeschreven staat, het Huisvestingsbureau.

Werk zoeken in het buitenland

Als u de nationaliteit hebt van een van de landen van de Europese Gemeenschap of als u statenloos of erkend vluchteling bent, kan de gemeente u toestaan met behoud van uitkering in een ander EEG-land werk te gaan zoeken. De maximum termijn is drie maanden. U moet dan natuurlijk wel een goede kans hebben daar aan de slag te komen.

4. Bijzondere bijstand

Ook als u een minimum inkomen hebt, bent u in staat al uw normale kosten te betalen. U kunt er dus uw eten, kleren en meubels van kopen, het gas & licht, de huur van betalen, enzovoort. Het kan echter zijn dat u een dure bril nodig hebt of hoge reiskosten maakt om een ziek familielid te bezoeken. Voor dit soort niet-normale kosten is het soms mogelijk bijzondere bijstand te krijgen.

Het gaat hierbij om de kosten van bevalling, begrafenis, bril, dieet, gehoorapparaat, kunstgebit, speciale schoenen, prothesen, extra kleding wegens ziekte, gezinsverzorging, noodzakelijke medische behandelingen, hoge reiskosten wegens ziekenbezoek of medische behandelingen en dergelijke. U moet uiteraard wel eerst andere mogelijkheden om vergoeding van de kosten te krijgen, benutten. Daarom moet u dus eerst nagaan of instellingen als het Ziekenfonds, de Kruisvereniging en de afdeling AAW van de Bedrijfsvereniging de kosten soms (voor een deel) kunnen vergoeden.

Draagkracht

De gemeente geeft alleen bijstand als u deze kosten niet geheel of gedeeltelijk zelf kunt betalen. Daarom berekent de gemeente uw draagkracht. Als u een volledige periodieke bijstandsuitkering geniet zal u over het algemeen geen draagkracht hebben. Als uw inkomen en dat van uw gezinsleden hoger is, zal u (een gedeelte van) de kosten zelf moeten betalen. Het zelfde geldt als u meer spaargeld hebt dan het voor u geldende vrijgelaten bedrag (zie blad 6).

Drempel

Per kalenderjaar moet u de eerste ƒ 172,00 van de bijzondere noodzakelijke kosten zelf betalen. Dus pas als u per kalenderjaar meer dan ƒ 172,00 bijzondere noodzakelijke kosten maakt, kunt u afhankelijk van uw draagkracht bijstand in deze kosten krijgen. U mag verschillende kosten per kalenderjaar echter wel bij elkaar tellen om het drempelbedrag te bereiken. Daarom is het verstandig betalingsbewijzen te bewaren. Het kan zijn dat ze later in het jaar van pas komen.

Voorbeeld

U moet op voorschrift van uw oogarts een bril kopen. De goedkoopste bril volgens voorschrift kost ƒ 350,00 (montuur ƒ 95,00 en glazen ƒ 255,00). Eerder dat jaar hebt u ƒ 75,00 eigen bijdrage medicijnen betaald. U hebt een volledige bijstandsuitkering zodat u geen draagkracht heeft. U krijgt dan de volgende bijzondere bijstandsuitkering:

bril+ƒ 350,00
bijdrage medicijnen+ƒ 75,00
totaal+ƒ 425,00
drempel-ƒ 172,00
bijstandsuitkeringƒ 253,00

Aanvraag

U kunt de bijzondere bijstand aanvragen bij de gemeentelijke sociale dienst of afdeling sociale zaken van uw gemeente. U moet de bijstand wel aanvragen voordat u de kosten maakt, anders bent u te laat en zal de aanvraag vermoedelijk afgewezen worden.

5. Schulden

De bijstandswet is er om er voor te zorgen dat u in ieder geval een minimuminkomen hebt. Het is echter niet mogelijk bijstand te krijgen voor het betalen van schulden. Daar is de wet niet voor bedoeld.

De enige zeldzame uitzondering is als u schulden hebt gemaakt doordat u in een bepaalde periode een inkomen had onder de bijstandsgrens en u om een of andere reden geen bijstand aanvroeg. Verder kunnen in heel bijzondere gevallen schulden die u bij de gemeente hebt kwijtgescholden worden, bijvoorbeeld leenbijstand.

Toch kan de gemeente soms wel iets voor u doen. Veel sociale diensten kunnen u helpen bij het in overleg met uw schuldeisers zoeken naar een oplossing. In ieder geval moet er voor gezorgd worden dat de situatie niet erger wordt dan deze al is. Daarom is het van groot belang om als u betalingsachterstanden krijgt, snel contact op te nemen met de sociale dienst. In sommige gemeenten zal men u naar een andere instelling verwijzen.

Kwijtschelding van belastingen

Voor belastingschulden gelden aparte regelingen. Veel gemeenten, provincies en waterschappen hebben voor heffingen zoals rioolbelasting, reinigingsrechten, zuiveringsheffing een kwijtscheldingsregeling. Informeer hiernaar, de gemeente kan u desgewenst op weg helpen.

Het zelfde geldt voor belastingen die door het belastingkantoor geïnd worden, zoals onroerend-goedbelasting, inkomstenbelasting en premieheffing. In informatieblad 15 kunt u meer lezen over kwijtschelding van belastingen en andere mogelijkheden.

6. Spaargeld & eigen huis

De bijstand is bedoeld voor mensen die onvoldoende geld hebben om van te leven. Dit betekent echter niet dat u als u wat spaargeld op de bank hebt staan, niet voor een bijstandsuitkering in aanmerking komt. U hoeft namelijk niet eerst al uw spaargeld op te maken om bijstand te kunnen krijgen. Een zogenaamd bescheiden vermogen, en de rente die u hiervan krijgt, wordt vrijgelaten. Deze vrijlating is ƒ 16.200,00 voor gezinnen en voor anderen ƒ 8.100,00.

Voorbeeld

U en uw vrouw hebben in totaal ƒ 13.000,00 gespaard. Doordat u langdurig werkloos bent moet u bijstand aanvragen. U kunt bijstand krijgen want uw ƒ 13.000,00 is minder dan de ƒ 16.200,00 die een gezin als spaargeld mag hebben.

Het kan zijn dat u spaargeld hebt zitten in een door u zelf bewoond huis. In dat geval is een gunstiger regeling van toepassing. Voor vermogen in een eigen huis is er namelijk een extra vrijlating. Deze is alleen van toepassing voor mensen die een eigen huis bewonen, jonger dan 65 jaar zijn en een gewone bijstandsuitkering krijgen. Deze extra vrijlating is ƒ 15.000,00 plus de helft van het meerdere vermogen. De totale vrijlating mag echter niet meer zijn dan ƒ 76.000,00 voor gezinnen en ƒ 67.900,00 voor alleenstaanden.

Voorbeeld

U en uw vrouw hebben ƒ 3000,00 spaargeld op de bank staan en bezitten een eigen huis dat ƒ 90.000,00 waard is. De hypotheek op het huis is ƒ 40.000,00. De totale vrijlating wordt dan als volgt berekend:
waarde eigen huisƒ 90.000,00
hypotheekschuld-ƒ 40.000,00
vermogen in woningƒ 50.000,00
vrijlatingen:
spaargeldƒ 3000,00
rest bescheiden vermogen in woning (ƒ 16.200,00 - ƒ 3.000,00)ƒ 13.200,00
extra vrijlating+ƒ 15.000,00
ƒ 28.700,00
nog eens de helft van het meerdere (ƒ 50.000,00 - ƒ 28.200,00) x ½+ƒ 10.900,00
vrij in woningƒ 39.100,00+ƒ 39.100,00-ƒ 39.100,00
totaal vrijgelatenƒ 42.100,00
niet vrijgelatenƒ 10.900,00

Als het niet vrijgelaten vermogen in een eigen huis zit, behoeft u dat huis niet te verkopen. U kunt dan bijstand krijgen in de vorm van een hypothecaire lening. Deze lening moet u dan geheel of gedeeltelijk terugbetalen als u het huis verkoopt of een hoger inkomen krijgt. In het laatste geval moet U dan in beginsel ook rente over de af te lossen hypotheek betalen.

Als u niet vrijgelaten vermogen hebt, zoals spaargeld of aandelen, moet u het meerdere voordat u bijstand kunt krijgen, op verantwoorde wijze besteden. U mag het dus niet "over de balk smijten". Want dan kan de gemeente besluiten u geen bijstand te geven omdat u door eigen schuld in de problemen gekomen bent. Vaak wordt hierbij de vuistregel gehanteerd dat u anderhalf maal uw uitkeringsbedrag mag uitgeven.

Buitenland

Ook bezit of spaargeld dat u in het buitenland hebt, wordt meegeteld. U moet dus ook uw buitenlandse bezittingen opgeven.

7. Aftrek van inkomsten

Een bijstandsuitkering is er om er voor te zorgen dat u in ieder geval beschikt over een minimuminkomen om van te leven. Als u ook een ander inkomen hebt, is de bijstand dus aanvullend.

Stel u bent alleenstaande en u hebt een andere uitkering van exclusief vakantietoeslag ƒ 300,00 per maand. Dat is minder dan de bijstandsnorm voor alleenstaanden van ƒ 1.112,00 per maand. U zult dan een bijstandsuitkering krijgen van ƒ 1.112,00 minus ƒ 300,00 maakt ƒ 812,00 per maand.

Als u inkomsten uit arbeid of ziektewet hebt, wordt de bijstand op een gunstiger manier berekend. U mag dan 25% van uw inkomsten uit arbeid zelf houden. U mag in totaal per maand echter niet meer houden dan:
echtpaar / eenoudergezin:ƒ 238,10
alleenstaande van 23 jaar of ouder:ƒ 166,80
alleenstaande van 22 jaar:ƒ 141,66
alleenstaande van 21 jaar:ƒ 123,30
alleenstaande van 20 jaar:ƒ 116,52
alleenstaande van 19 jaar:ƒ 60,96
thuiswonende van 20 jaar:ƒ 68,50
thuiswonende van 19 jaar:ƒ 55,05
thuiswonende van 18 jaar:ƒ 54,70

Voorbeeld

U bent alleenstaande van 23 jaar of ouder en u verdient in een deeltijdbaan ƒ 600,00 per maand. Hiervan wordt dan 25% vrijgelaten. Deze ƒ 150,00 is minder dan de maximale vrijlating van ƒ 166,80, zodat u het volle bedrag mag houden. Als u ƒ 760,00 verdient zou hebben, zou de vrij te laten 25% (ƒ 190,00) meer zijn dan de maximale vrijlating. Dan zou u deze maximale vrijlating van ƒ 166,80 mogen houden.

Let op !

Veel mensen denken dat ze een vast bedrag mogen houden als ze gaan werken. Dat is niet zo. U mag een kwart houden tot een bepaald maximum.

Let op !

Niet alleen uw inkomsten worden geheel of gedeeltelijk van de uitkering afgetrokken, maar ook die van uw partner.

Twee jaar

Deze vrijlating van 25% wordt twee jaar toegepast. Daarna worden uw volledige inkomsten uit arbeid van uw uitkering afgetrokken. Alleen als u door heel bijzondere omstandigheden niet volledig zou kunnen werken, kan deze termijn van twee jaar verlengd worden.

Voorbeeld

U bent alleenstaande ouder en u hebt jonge kinderen waarvoor u moet zorgen. Hierdoor kunt u niet volledig in uw levensonderhoud voorzien. Uw inkomsten uit het bezorgen van kranten worden daarom ook na twee jaar nog voor 25% vrijgelaten.

Éénoudergezinnen

Bij éénoudergezinnen wordt de eerste ƒ 79,43 van wat de ouder per maand verdient extra vrijgelaten. De maximale vrijlating blijft echter het zelfde.

Voorbeeld

U bent alleenstaande ouder. U verdient sinds kort ƒ 150,00 per maand bij. De inhouding wordt dan als volgt berekend:

inkomstenƒ 150,00
extra vrijlating-ƒ 79,43
vrijlating-ƒ 17,64(25% van (ƒ 150,00 - ƒ 79,43)
inhoudingƒ 52,93

Extra kosten

Bijzondere kosten die u moet maken om uw werk te kunnen doen en niet door uw werkgever vergoed worden, kunnen van uw arbeidsinkomsten afgetrokken worden. Het moet dan echter wel gaan om echt bijzondere kosten, zoals die van kinderopvang, dure werkkleding en langere reizen. De kosten van een korte busreis moet u bijvoorbeeld zelf betalen. Het is vaak niet zo duidelijk of het nu gaat om kosten die geheel of gedeeltelijk verrekend mogen worden of niet. Daarom kunt u dit beter eerst met de gemeente bespreken.

Voorbeeld

U geeft een dag per week les op een school in een andere stad. U verdient hiermee ƒ 150,00, maar de treinreis kost u ƒ 22,50. Dit bedrag wordt niet door de school vergoed. De gemeente kan uw inkomsten uit arbeid dan op ƒ 127,50 (ƒ 150,00 - ƒ 22,50) vaststellen. Hiervan wordt dan eventueel weer 25% vrijgelaten.

Uitzonderingen

Niet al uw inkomsten worden op uw bijstandsuitkering ingehouden. Zo worden de kinderbijslag, huursubsidie, vergoedingen van studiekosten en dergelijke vrijgelaten.

Inkomsten uit onderhuur

Als u een huurder of kostganger in huis heeft, heeft U ook inkomsten. Daarom wordt er voor een huurder ƒ 167,96 op uw bijstandsuitkering in mindering gebracht en voor een kostganger ƒ 254,88 per maand. Als u meer dan een huurder of kostganger hebt, stelt de gemeente de inhouding vast.

Eventuele huursubsidie wordt verlaagd als u een huurder heeft. Het kan dan gebeuren dat u doordat u verhuurt èn minder bijstand krijgt èn minder huursubsidie. In zo'n geval kan de gemeente besluiten minder inkomsten uit onderhuur op uw bijstandsuitkering in mindering te brengen.

8. Inwonende kinderen

Inwonende kinderen met een eigen inkomen dragen bij aan de woonkosten. Daarom wordt per maand ƒ 168,17 van de uitkering van de ouders afgetrokken. Om rond te kunnen komen van uw bijstandsuitkering, moet u daarom inwonende kinderen kostgeld laten betalen.

Deze aftrek vindt in de volgende gevallen niet plaats:

9. Schoolverlaters

Als je van school komt, ga je natuurlijk werk zoeken. Dat kun je op verschillende manieren doen. Zo kun je informeren bij familie en kennissen, de advertenties in de krant bekijken en werkgevers of uitzendbureau's langs gaan. In alle gevallen laat je je natuurlijk als werkzoekende inschrijven bij het arbeidsbureau en ga je regelmatig in de vacaturebank of bij het Jobcentre van het arbeidsbureau kijken. Inschrijving bij het arbeidsbureau is ook nodig om kinderbijslag of een andere uitkering te kunnen krijgen.

De meeste schoolverlaters vinden op deze manier werk. Als het je niet lukt om werk te vinden, moet je vooral niet bij de pakken neer gaan zitten. Het al of niet vinden van werk heeft immers meestal te maken met je opleiding, ervaring en presentatie. Als je weinig opleiding hebt of een waar weinig vraag naar is, heb je natuurlijk minder kans om werk te vinden dan als je een goede en veel gevraagde opleiding hebt. Verder zal een werkgever je eerder werk aanbieden als je in een andere baan al werkervaring opgedaan hebt. Je presentatie is ook belangrijk. Mede door je presentatie moet de werkgever natuurlijk het idee krijgen dat hij aan jou een goede kracht zal hebben.

Je kunt je opleiding natuurlijk verbeteren door weer naar school te gaan. Het is echter vaak ook mogelijk je kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren door korter durende opleidingen of cursussen te volgen, bijvoorbeeld bij een centrum vakopleiding van het arbeidsbureau. Op blad 10 vind je meer informatie over scholing.

Je kunt werkervaring opdoen door deel te nemen aan een werkervaringsproject van het arbeidsbureau of de gemeente. Het is soms zelfs mogelijk betaald werkervaring op te doen bij een bedrijf. Vaak wordt dat gecombineerd met een of meer dagen scholing per week.

Door deel te nemen aan een sollicitatieclub kun je je presentatie leren verbeteren, betere sollicitatiebrieven leren schrijven en leren beoordelen voor welk werk jij geschikt bent.

Om te weten te komen wat voor mogelijkheden er voor jou zijn, moet je bij het arbeidsbureau zijn. Ook de gemeente heeft vaak projecten voor jongeren. Hierover zal het arbeidsbureau of de sociale dienst je kunnen inlichten. In de grote steden zijn er Werkwinkels speciaal voor werkloze buitenlanders. Hier kun je terecht voor hulp bij het zoeken naar werk, (om)scholing, werkervaring en dergelijke.

Werkloos

Als het je toch niet lukt om werk te vinden, kunnen je ouders kinderbijslag of jij een bijstandsuitkering (RWW) krijgen. Sommige jongeren vinden dat wel gemakkelijk. Ze denken "laat ik eerst maar eens een tijdje werkloos zijn, voordat ik aan het werk ga". Dat is niet handig. In de praktijk blijkt het veel moeilijker te zijn om aan het werk te komen als je een tijd werkloos geweest bent. Je loopt dan dus de kans langdurig werkloos te blijven of genoegen te moeten nemen met minder leuk werk. Verder loopt je uitkering natuurlijk gevaar als je onvoldoende je best doet om werk te vinden. Uitkeringen worden betaald uit belastingen en premies die de mensen moeten betalen. Het is niet eerlijk anderen onnodig voor jouw inkomen te laten zorgen.

Uitkering

Als je van school komt en je kunt niet direct een baan vinden, kun je meestal een uitkering krijgen. Het hangt van je leeftijd af wat voor uitkering.

Als je zestien of zeventien jaar oud bent en geen werk kunt vinden, kunnen je ouders kinderbijslag krijgen. Voorwaarde is wel dat je als werkzoekende ingeschreven staat bij het arbeidsbureau.

De ouders van werkloze schoolverlaters van achttien tot en met twintig jaar, krijgen de eerste twee volle kwartalen na het verlaten van de school kinderbijslag. Dat betekent dat als je in mei of juni van school komt, je ouders tot 1 januari daar op volgend op de bekende manier kinderbijslag voor je kunnen krijgen. Als je daarna nog werkloos bent, kun je misschien een bijstandsuitkering krachtens de Rijksgroepsregeling Werkloze Werknemers krijgen. Hierover kun je meer lezen in informatieblad 2.

Werkloze schoolverlaters van eenentwintig jaar en ouder kunnen zodra de studiefinanciering ophoudt een bijstandsuitkering (RWW) krijgen.

Buitenland

De hierboven genoemde regels voor uitkeringen aan werkloze schoolverlaters tot en met twintig jaar gelden ook voor jongeren van die leeftijd die uit het buitenland afkomstig zijn. Dat betekent dat je als je in het kader van gezinshereniging uit het buitenland naar Nederland komt het zelfde behandeld wordt als een werkloze schoolverlater van jou leeftijd. Je zult dus even lang moeten wachten totdat je een RWW-uitkering kan krijgen.

Op vakantie

Als je als werkloze van twintig jaar of jonger langer dan twee maanden naar het buitenland gaat, is het mogelijk dat je bij terugkomst in Nederland weer twee volle kwartalen moeten wachten voordat je weer een RWW-uitkering kunt krijgen.

10. De juiste opleiding

Hoe komt het toch dat sommige mensen heel gemakkelijk werk kunnen vinden en anderen maar blijven zoeken? Vaak komt dat doordat de laatsten onvoldoende of een weinig gevraagde opleiding hebben. Het enige wat daar aan te doen is, is een (bij)scholing volgen. Er zijn hier tegenwoordig erg veel mogelijkheden voor. Vaak is het zelfs zo dat iemand die net van school komt, maar geen werk kan vinden, het beste weer kan gaan leren.

Dat wil niet zeggen dat U weer terug naar school moet. Er zijn tegenwoordig veel meer mogelijkheden om een vak te leren. Zo bestaan er Centra voor Vakopleiding waar U snel en op praktische wijze een administratief of technisch vak kunt leren. Soms zijn ook combinaties van werken en leren mogelijk. U gaat dan een of meer dagen per week naar school.

Voor informatie over scholing kunt u het beste bij het arbeidsbureau terecht. In sommige gevallen organiseert de gemeente of een andere instelling scholingen. Het arbeidsbureau kan u dan verwijzen.

Als u werkloos bent of dat dreigt te worden, is het vaak mogelijk dat het arbeidsbureau de kosten van de scholing betaalt. Uw eventuele uitkering blijft dan gewoon doorlopen. U moet dat natuurlijk wel even met de sociale dienst overleggen.

Het is erg moeilijk om werk te vinden als U geen of onvoldoende Nederlands spreekt. Ook het volgen van omscholingscusussen is dan onmogelijk. U moet dan eerst Nederlands leren. In de meeste gemeenten worden cursussen Nederlands georganiseerd. Inlichtingen hierover kunt U onder meer krijgen bij de gemeente en het arbeidsbureau. Hier kunt u ook inlichtingen krijgen over eventuele andere cursussen, die voor werk of scholing van belang zijn.

De ervaring leert dat hoe langer iemand werkloos is, hoe moeilijker het wordt om werk te vinden. Het is dus erg onverstandig om te lang te wachten met omscholing. Zoek daarom zo snel mogelijk uit welke mogelijkheden er voor U zijn.

11. Even bijpraten: heroriënteringsgesprekken

Als u al langere tijd werkloos bent, kunt u een oproep krijgen voor een zogenaamd heroriënteringsgesprek. Het doel van zo'n gesprek is het gezamenlijk zoeken naar mogelijkheden om uw kansen op een baan te verbeteren. Om dit zo goed mogelijk te laten verlopen, organiseren het arbeidsbureau en de gemeente deze gesprekken samen. Het kan dus zijn dat u een oproep krijgt van het arbeidsbureau, de gemeentelijke sociale dienst of van een samenwerkingsverband van deze instanties.

De ambtenaar met wie u het eerste gesprek hebt, zal als eerste te weten proberen te komen waarom het u niet gelukt is werk te vinden. Vaak ligt dat aan gebrek aan werkervaring, te weinig of een verkeerde opleiding. Het kan ook blijken dat uw presentatie bij werkgevers niet goed is.

Zodra u samen de oorzaak van uw langdurige werkloosheid gevonden hebt, zal er een plan gemaakt worden. Hierbij wordt natuurlijk rekening gehouden met uw persoonlijke mogelijkheden en redelijke wensen. Vaak is één gesprek niet voldoende om zo'n plan te maken. Dan zullen er vervolggesprekken plaatsvinden.

Het is mogelijk dat het arbeidsbureau of de gemeente een (tijdelijke) betaalde baan voor u heeft. Het kan ook zijn dat het in uw geval zinvoller is een opleiding te volgen of een sollicitatietraining. In veel gemeenten zijn er ook projecten om werkervaring op te doen.

Deze heroriënteringsgesprekken kunnen alleen een succes worden als u ook uw best doet. U moet natuurlijk de afspraken nakomen. Verder wordt van u verwacht dat u het gemaakte plan zo goed mogelijk uitvoert. Als u zonder geldige reden niet op afspraken verschijnt of onvoldoende uw best doet het gemaakte plan uit te voeren, kan de gemeente besluiten u voor straf een lagere uitkering toe te kennen.

12. Uw verblijfs- of vestigingsvergunning

Een buitenlander die in Nederland wil wonen, moet allerlei vergunningen hebben. Er bestaan Machtigingen tot voorlopig verblijf, Vergunningen tot verblijf voor onbepaalde duur (blauwe kaart) en Vestigingsvergunningen (gele kaart). Verder hebben veel buitenlanders een Werkvergunning (witte kaart) nodig. Het is erg moeilijk om uit te maken welke vergunning u moet aanvragen. Daarom kunt u het beste informatie & advies vragen aan een deskundige. U kunt voor informatie over verblijfsvergunningen terecht bij de vreemdelingendienst van de politie en voor informatie over werkvergunningen bij het arbeidsbureau. Onafhankelijk advies kunt u krijgen bij het bureau voor rechtshulp, sociaal raadslieden en advocaten. Zie voor adressen informatieblad 19.

Als uw vergunningen niet in orde zijn, kunt u in grote problemen komen. U kunt het land uitgezet worden en een eventuele uitkering kan in gevaar komen. Het is daarom van groot belang uw papieren goed in orde te hebben.

Verder is het mogelijk dat u na verloop van tijd recht hebt op een andere vergunning die meer zekerheid biedt. Ook daarom is het erg belangrijk u goed te laten voorlichten.

13. Gezinshereniging

Als met verblijfsvergunning in Nederland verblijft, is het mogelijk uw gezin over te laten komen. Uw gezinsleden moeten dan bij het Nederlands consulaat van hun land een Machtiging tot Voorlopig Verblijf aanvragen. Het in Nederland verblijvende gezinslid kan deze aanvraag ook doen bij de vreemdelingenpolitie. Mensen uit de Verenigde Staten, IJsland, Zweden, Zwitserland, Noorwegen, Finland, Oostenrijk en onderdanen van de Europese Gemeenschap (behalve uit Spanje en Portugal) hebben geen Machtiging tot Voorlopig Verblijf nodig.

Echtgenoten en ongehuwde kinderen jonger dan eenentwintig jaar (op het moment van de aanvraag) kunnen voor gezinshereniging in aanmerking komen. Deze grens van eenentwintig jaar wordt per 1 januari 1991 achttien jaar. In bijzondere gevallen kunnen ook behoeftige (schoon)ouders, meerderjarige ongehuwde dochters en andere gezins- en familieleden die financieel en "moreel" van het gezinshoofd afhankelijk zijn, voor gezinshereniging in aanmerking. Verder moet het gezinshoofd voldoende inkomsten uit arbeid hebben (minstens de bijstandsnorm). Deze eis wordt niet gesteld als het gezinshoofd een vestigingsvergunning heeft. Er moet passende huisvesting voor het gezin zijn en alle meerderjarige nieuwkomers moeten een verklaring tekenen dat zij nog nooit tot een vrijheidsstraf zijn veroordeeld en dat er ook geen strafvervolging gaande is.

Als uw familie naar Nederland overkomt, wordt uw eventuele uitkering aan de nieuwe situatie aangepast. Er kan gezinsbijstand verleend worden. Eventuele inkomsten van uw partner worden verrekend en er kan een korting wegens inwonende kinderen plaatsvinden. Hierover kunt u meer lezen in informatieblad 7 en 8.

Verder moet u rekening houden met de wachttijd van twee kwartalen voor uit het buitenland afkomstige of terugkerende werklozen van jonger dan eenentwintig jaar. Hierover kunt u meer lezen in informatieblad 9.

14. In militaire dienst

Als u de Turkse nationaliteit hebt, moet u in Turkije uw dienstplicht vervullen. De Turkse autoriteiten staan ook niet toe dat u afstand doet van de Turkse nationaliteit voordat u uw dienstplicht in Turkije vervuld of afgekocht hebt. De dienstplicht in Turkije is anderhalf jaar. Legaal in het buitenland verblijvende Turken kunnen dit door betaling van een hoog bedrag afkopen. Dan moet men nog wel een basisopleiding van twee maanden volgen. Het is voor in het buitenland verblijvende Turken ook mogelijk de dienstplicht langdurig uit te stellen. De dienstplichte moet zijn dienstplicht echter wel voor zijn 46e vervullen. Als de man in Turkije in dienst zit, moet hij in beginsel zelf zorgen voor het onderhoud van zijn in Nederland achtergebleven vrouw en kinderen. Alleen als er geen andere mogelijkheden zijn, kan bijstand aan de achtergebleven vrouw en kinderen worden verleend.

Als u de Marokkaanse nationaliteit hebt en in Nederland woont, behoeft u in Marokko niet in militaire dienst.

Als u de Nederlandse nationaliteit hebt, wordt u voor Nederlandse militaire dienst opgeroepen. U wordt dan in het jaar waarin u achttien wordt medisch gekeurd. Na goedkeuring krijgt u meestal in het jaar dat u negentien wordt de oproep voor militaire dienst. Het is mogelijk uitstel of vrijstelling te vragen en dienst te weigeren. De diensttijd is 14 tot 17 maanden. Tijdens de diensttijd krijgt u loon. Als u voor uw vijfendertigste Nederlander wordt, ontvangt u ook een oproep voor een keuring. U moet u dan bij de autoriteiten melden. Daarna kunt u desgewenst vrijstelling vragen. U kunt op het Gemeentehuis en bij de Directie Dienstplichtzaken van het Ministerie van Defensie verdere inlichtingen over militaire dienst krijgen. Zie voor adressen informatieblad 19.

Als u een dubbele nationaliteit hebt, kan het gebeuren dat u zowel in Nederland als in het buitenland dienstplichtig bent. Daarom heeft Nederland met Denemarken, Frankrijk, Groot-Brittannië, Ierland, Italië, Luxemburg, Noorwegen, Portugal, West-Duitsland en Zweden afgesproken dat de dienstplicht wordt vervuld in het woonland en dat het andere land daarna vrijstelling van militaire dienst geeft. Als er met het andere land waarvoor u militaire dienst moet verrichten geen verdrag is, en het lukt u ook niet daar vrijstelling van dienstplicht te krijgen, kunt u vrijstelling van de Nederlandse dienstplicht krijgen. Hierover kunt u inlichtingen krijgen op het Gemeentehuis of bij het Ministerie van Defensie, Directie Dienstplichtzaken. Zie voor adressen informatieblad 19.

15. Belasting betalen

Als u een aanslag inkomstenbelasting, premieheffing volksverzekeringen of onroerend-goedbelasting krijgt en u bent niet in staat deze te betalen, kunt u in sommige gevallen kwijtschelding krijgen. Deze kwijtschelding kunt u aanvragen door het formulier "Verzoek om kwijtschelding" in te vullen en naar de ontvanger der rijksbelastingen te sturen. Dit formulier kunt u krijgen bij de ontvanger der belastingen, maar ook vaak bij de sociale dienst of een andere instelling. De ontvanger beoordeelt uw verzoek aan de hand van een aantal richtlijnen. Allereerst zal de ontvanger bekijken of u vermogen hebt. Als uw eigen huis meer waard is dan uw schulden, hebt u vermogen. Het doet er niet toe of u het huis wel onmiddellijk kunt verkopen. Ook als u meer op de bank of giro hebt staan dan de norm die de belastingdienst hiervoor heeft, hebt u vermogen. U zult dit vermogen dan allereerst moeten gebruiken om de belastingschuld te betalen.

Als u geen vermogen hebt, of het is niet genoeg om de belastingschuld(en) te voldoen, zal de ontvanger gaan bekijken of u de belastingschuld niet uit uw inkomen kan betalen. Hij berekent dan uw betalingscapaciteit. Als u geen of onvoldoende betalingscapaciteit hebt, kunt u geheel of gedeeltelijk kwijtschelding van belasting krijgen. In de folder "Kwijtschelding van belasting voor particulieren" kunt u meer over deze berekeningen en normen lezen. Deze folder is bij de belastingdienst verkrijgbaar.

In bijzondere gevallen is het mogelijk bijstand in de kosten van een belastingschuld of een gedeelte daarvan te krijgen. Hiervoor gelden een aantal voorwaarden. Ten eerste moet u geen kwijtschelding van de belastingschuld kunnen krijgen. U moet dus altijd eerst proberen kwijtschelding te krijgen. Verder moet de schuld ontstaan zijn in een periode waarin u niet meer dan een minimuminkomen genoot en niet meer dan een bescheiden vermogen had en moet u ook op het moment waarop u de aanslag krijgt niet in staat zijn de aanslag (geheel) te betalen.

16. De Tolkentelefoon

Het is van groot belang dat de ambtenaar van de sociale dienst en u elkaar goed begrijpen. Als u niet zo goed Nederlands spreekt is dat moeilijk. Het gaat immers om ingewikkelde onderwerpen. Soms treden familieleden of kennissen als tolk op. Dat levert vaak problemen op. Het is immers niet goed kinderen te veel met de problemen van de ouders te belasten. Verder zijn deze tijdelijke tolken niet op de hoogte van allerlei bijzondere Nederlandse uitdrukkingen die de ambtenaar gebruikt. Daardoor kunnen er toch nog allerlei vervelende misverstanden ontstaan.

Daarom is het beter om gebruik te maken van de diensten van het tolkencentrum. De tolkencentra beschikken over ruim vijfhonderd ervaren tolken in meer dan tachtig talen. Meestal gaat het tolken telefonisch, vaak via een zogenaamd luidsprekend telefoontoestel. Soms zal er bij bijvoorbeeld een spreekuur een tolk aanwezig zijn.

De tolk van het tolkencentrum zal zich strikt neutraal opstellen. Hij of zij heeft slechts tot taak te zorgen dat mensen die elkaars taal niet verstaan, elkaar toch begrijpen. De tolk zal daarom gaan waardeoordeel uitspreken over hetgeen hij vertaalt. Verder heeft de tolk een plicht tot geheimhouding.

Het kan gebeuren dat u de tolk van het tolkencentrum toch niet goed kan verstaan. U bent bijvoorbeeld een uit Turkije afkomstige Koerd en de tolk blijkt alleen Turks te spreken of u bent een uit Marokko afkomstige Berber en de tolk spreekt alleen Marokkaans Arabisch. Vraag in zo'n geval om een tolk die uw taal wel spreekt.

Niet alleen de sociale dienst zal van de diensten van het tolkencentrum gebruik maken. Ook bij voorbeeld een dokter, wijkverpleegster, bureau voor rechtshulp, advocaat, huisvestingsbureau, school, maatschappelijk werker, sociaal raadsman en belastingdienst kunnen gratis gebruik maken van het tolkencentrum. Vraag er daarom zo nodig om.

De tolkencentra zijn via de volgende telefoonnummers te bereiken.

[....]

17. Terug naar uw vaderland

Als u definitief naar uw vaderland wil terugkeren, bestaat de mogelijkheid dat met financiële hulp van de Nederlandse overheid te doen. Er zijn hiervoor twee regelingen. Deze regelingen zijn bedoeld voor Joegoslaven, Kaapverdianen, Portugezen, Turken, Spanjaarden, Surinamers, Marokkanen, Tunesiers, asielgerechtigden, Antillianen, Arubanen en Surinamers. Door remigratie geeft u alle rechten op om naar Nederland terug te keren, evenals uw recht op kinderbijslag, ziekenfondsverzekering, weduwen- of wezenpensioen en andere uitkeringen. Het is wel mogelijk een uitkering krachtens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (AAW/WAO) en Algemene Ouderdomswet (AOW) naar het buitenland "mee te nemen".

De basisregeling voor remigratie omvat een vergoeding voor verhuis- en transportkosten en een uitkering voor levensonderhoud gedurende de eerste drie maanden na terugkeer. Om hiervoor in aanmerking te kunnen komen moet de aanvrager minstens twee jaar in Nederland te hebben gewoond en in het land van herkomst over voldoende middelen van bestaan te beschikken. Een asielgerechtigde moet hiernaast beschikken over een schriftelijk bewijs van toelating tot het land van herkomst.

De remigratieregeling voor ouderen bestaat uit een maandelijkse uitkering, ter hoogte van het bestaansminimum in het betreffende land. Als u een AAW/WAO- of AOW-uitkering hebt, vult de remigratie-uitkering deze aan tot het bestaansminimum. Om voor deze regeling in aanmerking te komen moet u vijftig jaar of ouder zijn, minimaal zes maanden werkloos en een van de volgende uitkeringen hebben: WW, WWV, RWW, ABW, WAO of AAW. Verder moet u onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag vijf jaar legaal in Nederland hebben gewoond en de nationaliteit hebben van het land van herkomst. Deze regeling is een aanvulling op de basisregeling en gaat dan ook de vierde maand na aankomst in het land van herkomst in.

Kinderen onder de vijftien jaar hebben geen zelfstandig verblijfsrecht. Als de ouders gaan remigreren zullen zij daarom mee moeten. Alleen in heel bijzondere gevallen kan zo'n kind een eigen verblijfsvergunning krijgen. Kinderen vanaf vijftien jaar hebben als ze niet mee remigreren met hun ouders recht op een zelfstandige verblijfsvergunning als ze minimaal één jaar in Nederland wonen. Desgewenst kunnen zij dus in Nederland achterblijven als de ouders gaan remigreren. U moet hierbij goed bedenken dat remigratie definitief is. Ook voor uw kinderen. Als ze om een of andere reden niet kunnen aarden in uw thuisland, kunnen ze toch niet terug. Zelfs als ze in Nederland geboren zijn of hier lang hebben gewoond. Om problemen te voorkomen, is het daarom van groot belang de remigratie goed met uw kinderen door te spreken. De brochure Als je ouders vertrekken...... kan hierbij een hulp zijn. Deze brochure is te bestellen bij de Landelijke Werkgroep Remigratie Buitenlandse Jongeren, [....].

Bovenstaand overzicht van de remigratie-regelingen is niet compleet. Als u meer over remigratie wilt weten, moet u op zoek gaan naar een deskundige op dit gebied. Vaak kunt u hiervoor terecht bij de sociaal raadslieden, de sociale dienst, bureau voor rechtshulp of het algemeen maatschappelijk werk. Deze hulpverleners kunnen weer informatie krijgen van de remigratie-consulenten van het Nederlands Migratie Instituut. Mensen die al geremigreerd zijn naar Marokko, Spanje, Suriname of Turkije kunnen daar terecht bij een speciale attaché van de Nederlandse ambassade.

Terug naar boven

Jaap van Wingerde (1995). Tekening: Japke van Wingerde [Utrecht, 1985]Jaap van Wingerde
e-mail: webmaster@vanwingerde.net
Internet: http://jaap.vanwingerde.net/